Doe jij iets?

Wat kun je doen als je ziet dat een kind onrecht wordt aangedaan?

Naar aanleiding van de TV-commercial van NO KIDDING krijgen we vaak de vraag wat je kunt doen als je getuige bent van mishandeling in het openbaar. Er is echter geen pasklaar antwoord wat je kunt doen, want elke situatie is anders. Op basis van een verhaal van een ooggetuige is het voor instanties/anderen moeilijk in te schatten of het gerechtvaardigd is om in te grijpen.

Als ooggetuige moet je echter vertrouwen op het gevoel dat je tijdens het incident hebt. Als jij het gevoel hebt in te grijpen, dan moet je daarop vertrouwen. Naast de actiepunten die horen bij Luisteren, Praten en Melden (zie actie bij vermoeden) geven we hieronder een aantal tips die je misschien kunnen helpen.

Bij twijfel
Als je twijfelt om iets te doen, realiseer je dan dat je je niet zou bemoeien met andermans zaken, maar dat je opkomt voor het kind.

Niet oordelen maar uiting geven aan je gevoel
Geef geen oordeel, maar geef uiting aan je gevoel van verontwaardiging en deel je zorg voor het kind. Het is niet alleen je recht, maar zelfs je plicht op te komen voor een kind (in nood).

Mishandelend gedrag niet accepteren
Je hebt kritiek op het gedrag van de ouder of opvoeder. Je valt hem of haar niet persoonlijk aan, maar je accepteert alleen het gedrag niet.

Blijf rustig
Als je in gesprek gaat, vermijd dan discussies en blijf zelf zo rustig mogelijk.
Je kunt bijvoorbeeld tussen het kind en de ouder of verzorger in gaan staan en je hulp aanbieden; of vragen wat er aan de hand is. Luister goed naar wat de ander zegt en vooral: blijf goed luisteren naar je eigen gevoel.

Praat met het kind
Praat met het kind en laat het voelen dat het gedrag van de ouder niet "normaal" is, dat hij of zij dit niet mag doen.

Betrek anderen erbij
Als een kind voor je ogen wordt mishandeld, mag je er gerust tussen springen, of de ouder wegtrekken en de politie (of 112) bellen. Dit is misschien niet zonder gevaar voor jezelf; maar het is het wel waard. Betrek er zoveel mogelijk omstanders bij. Spreek hen daarbij individueel aan. Bijvoorbeeld, "Wilt u 1-1-2 bellen?", "Blijft u hier staan tot de politie komt?".