Casus door dr. A.C. van Houwelingen, arts

Baby van 1 maand wil niet drinken en wordt door huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis wordt vastgesteld dat mondbodem bont en blauw is. In totaal duurt de opname 5 dagen. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis worden er meerdere blauwe plekken ontdekt op het lichaampje van de baby. Ook de vingertjes van de rechterhand zijn blauw.

De vader zegt dat de baby met zijn handje tegen de spijlen van zijn bedje heeft geslagen. En dat daarnaast het dopje van het infuus het veroorzaakt heeft. De vader is veel bij de baby en de opa speelt een vrij dominante rol.

De verpleging vult het SPUTOVAMO-formulier*¹ in en geeft signalen af dat ze hierover geen goed gevoel hebben. De baby wordt besproken in de commissie Kindermishandeling van het ziekenhuis. De baby wordt ontslagen met de mededeling dat medisch gezien alles in orde is en dat de baby waarschijnlijk snel blauwe plekken krijgt. Er zullen frequente controles volgen en de ouders bezoeken het consultatiebureau volgens de afspraken.

Als de baby ongeveer 4 maanden oud is beweegt hij zijn rechterarmpje ineens minder goed. Het is op een zondag en de grootouders passen op omdat beide ouders maandag moeten werken. Diezelfde week op woensdag gaat de moeder met haar kind naar de huisarts vanwege het armpje. De huisarts stuurt ze door naar het ziekenhuis en daar wordt een röntgenfoto gemaakt waarop te zien is dat de arm gebroken is. Ook in de ribben, die toevallig ook net op de foto staan, lijkt een breuk te zitten. Daarnaast heeft hij meerdere blauwe plekken verspreid over zijn hele lichaam en ook op zijn gezicht zitten wat wondjes en krasjes.

Er wordt een skeletstatus*² gemaakt (dat wil zeggen dat van alle botten foto’s worden gemaakt; 21 röntgenfoto’s worden er in totaal gemaakt) en daarop zijn 15 botbreuken te zien.

De kinderarts doet een AMK-melding en de baby wordt opgenomen in het ziekenhuis. Daarop volgt een gesprek met de ouders, de opa en een maatschappelijk werker en de gedragswetenschapper van het AMK. De ouders hebben geen verklaring voor het letsel van de baby. Het ziekenhuis wordt verzocht de ouders niet alleen te laten met de baby.

De raad voor de Kinderbescherming wordt ingeschakeld en de volgende dag vindt er een gesprek plaats tussen de raadsonderzoeker, de vertrouwensarts met beide ouders samen en afzonderlijk en ook met de opa afzonderlijk en met alle drie samen. Hierbij ontkennen de ouders iets te maken te hebben met het letsel en ook opa ontkent in alle toonaarden. Hij denkt dat de vader het gedaan heeft. 

De ouders begrijpen dat als niet duidelijk is hoe de baby aan zijn verwondingen is gekomen hij niet terug kan naar de plaats waar de hij zijn verwondingen heeft opgelopen. Ze stemmen in om kindje in een pleeggezin te plaatsen op vrijwillige basis. Allebei de ouders reageren zeer emotioneel.

Bij nader onderzoek blijkt er geen sprake kan zijn van een bloedziekte waardoor je snel blauwe plekken krijgt of een botziekte waardoor je sneller iets breekt.

Er wordt besloten de röntgenfoto’s op te sturen naar de radioloog in het Academisch Ziekenhuis van Maastricht, hij is een expert op het gebied van de beoordeling van röntgenfoto’s van letsels bij kinderen. Hij constateert in totaal 24 breuken waarvan 2 schedelbreuken en twee breuken die hij zelden heeft gezien en waar behoorlijk wat kracht voor nodig is om ze te veroorzaken. Het AMK besluit aangifte te doen bij de politie.

In een vervolggesprek waarbij de uitslag die we uit Maastricht ontvangen hebben met de ouders besproken wordt blijven ouders ontkennen dat ze de baby iets aangedaan hebben. Het kindje wordt in een pleeggezin geplaatst en daar gedijt de baby goed en fleurt helemaal op. De baby ontwikkelt zich nu goed.

Als….. dan…. Als er bij het eerste bezoek aan het ziekenhuis anders was gereageerd. Als zowel de huisarts en de kinderartsen geweten hadden dat een blauwe mondbodem betekent dat er geforceerd voeding is toegediend; totdat het tegendeel is bewezen. Als je weet dat blauwe plekken bij een kind wat zich niet voortbeweegt betekent dat je met kindermishandeling te maken hebt totdat het tegendeel bewezen is dan had veel letsel bij dit kindje voorkomen kunnen worden.

“Je kan je niet voorstellen dat deze ouders die heel lief zijn tegen elkaar hun kind zo mishandeld zouden hebben. Maar deze letsels krijg je niet vanzelf!”

“Het gesprek met de ouders heeft mij heel lang onzeker gemaakt als ik een gesprek had met andere ouders. Bij de ouders van het kindje in de casus wist ik het ook niet zeker: zit ik dan nu wel goed bij deze ouders? Het is dus blijkbaar niet zo makkelijk, om kindermishandeling goed in te schatten. Als je ouders verkeerd beoordeeld, is dat voor de ouders heel vervelend als er niets aan de hand is. Als je een verkeerde beoordeling maakt waarbij je ten onrechte denkt dat er niets aan de hand is, is dat voor de baby rampzalig want dan zal de mishandeling doorgaan.”

 “Vandaag kreeg ik de oproep om als getuige te verschijnen in de rechtzaak tegen de vader. Het is goed dat de dader gestraft wordt. Toch lijkt het me belangrijker om te komen tot een oplossing waarbij de ouders contact kunnen hebben met hun kind en het veilig is voor het kind; dat het zeker en gegarandeerd is dat er geen letsel toegebracht kan worden. Dit zou een prima casus voor signs of safety zijn. Helaas zijn we nog niet zover in onze regio.”

  De SPUTOVAMO is bedoeld voor gebruik in het ziekenhuis, in eerste instantie de spoedeisende hulp, maar ook in de (poli)kliniek, bijvoorbeeld de kinderafdeling. Aan de hand van een lijst met vragen wordt nagegaan of bij het kind waargenomen letsel veroorzaakt kan worden door kindermishandeling.

 *² Skeletstatus is dat van alle botten foto’s worden gemaakt; 21 röntgenfoto’s worden er altijd in totaal gemaakt.