"Evil does not exist in isolation, it's a product of amorality by concensus"
P.Z. Malkin

Mijn naam is Martine Rademaker. Begin dit jaar raakte ik op de hoogte van het project NO KIDDING. Een afspraak aldaar volgde en sindsdien hebben we nauw contact en werken samen.

Uitleggen hoe we in contact kwamen vereist een korte uitleg van mijn herkomst. Ik kom uit een gezin dat, achteraf gezien, misschien wel nooit kinderen had moeten krijgen. Oke, dan was ik niet geboren, true. Daarvan kan ik nu oprecht zeggen dat dat jammer was geweest. Er is echter een tijd geweest dat ik hier anders over dacht: ik was liever dood!

Opgroeien in een omgeving die nooit veilig is. Een in het leven teleurgestelde moeder, die alcohol en allerlei medicijnen slikken als levensdoel had bedacht. Met alle gevolgen van dien. Verwaarlozing, krankzinnige hysterische explosies, geweld. Echter wel een intelligente vrouw. Zo intelligent dat ze je emotioneel kon vernietigen met haar woorden en haar blik. Ze wist precies wat pijn deed. Een net zo in het leven teleurgestelde vader. Afwezig vanwege of zijn werk of de alcohol. Agressief, lichamelijk, ruggegraatloos. Hij beschermde mij in elk geval niet.
Tot slot een behulpzame buurman die leuke dingen met mij deed. Onder andere leerde ik van hem zwemmen. En hoe je een volwassen man moest pijpen.

Deze jeugdervaringen hebben flink wat therapie achteraf voor mij betekend. Waar ik niet mee weg kwam tijdens die therapie was niet het gezin maar de omstanders toen. Het zogeheten ‘horen, zien en zwijgen' van mensen er omheen. Het is me altijd blijven verwonderen en intrigeren. In de kranten kwam ik deze kreet weer tegen: iedereen wist het maar niemand deed wat. Het was dus niet iets van toen. Het gebeurt nog steeds, dagelijks.

Om lucht aan deze verwondering te geven, schreef ik het toneelstuk ‘Verplicht Gluren'. In dit stuk doe ik een poging om het publiek te overtuigen van het belang van betrokkenheid bij deze kinderen. De twee voorstellingen die plaatsvonden in 1992 maakten mij duidelijk dat dit stuk inderdaad deze uitwerking had op publiek. Jaren, en vele verzoeken of het stuk nog eens gespeeld zou worden later, besloot ik een project te starten waarbij het stuk op 1 dag op meerdere plaatsen in Nederland zou spelen. Ik koos hiervoor 20 november 2004, de Dag van het Kind. Ik kwam in contact met stichting RAAK, die mij vroeg een bijdrage te leveren aan hun congres vorig jaar. Daar hebben mensen van NO KIDDING mij gehoord en op deze wijze zijn wij in contact gekomen.

Waarom onze samenwerking gelijk zo goed verliep? We streven hetzelfde doel na: het bespreekbaar maken van het onderwerp. Daar waar het gebeurt, bij mensen. Bewustwording stimuleren. Dat betrokken zijn en blijven net dat verschil kan uitmaken voor een kind. Zeker voor een kind dat in een situatie leeft waarin het intussen geen idee meer heeft van wat normaal is. Die geen benul hebben dat ze rechten hebben. Die niet meer geloven in betrouwbare volwassenen omdat vele volwassenen het hoofd wegdraaien voor deze problematiek. En dus ook het hoofd wegdraaien van hen.

Als kind heb ik eenzaamheid en onbegrip gevoeld, tussen al die medemensen. Voor zover ik niet al aan mijn eigen waarnemingsvermogen twijfelde binnen het gezin, maakte de buitenwereld het mij niet makkelijker. Iedereen bewoog zich van mij af.

Angst. Een angst die ik niet begreep. Ik was toch degene die de ellende onderging? Zij toch niet? Waarom durfde niemand mij aan te spreken? Waarom maakten zij geen contact? Waarom liepen zij weg?

Dit gevoel is niet overgegaan. Een braakliggend deel. Dat deel waarin 16 miljoen Nederlanders, met aftrek van alle hulpverlening, zouden kunnen participeren. Onze angst als volwassenen om dat verschil uit te maken kan nooit zo groot zijn als die overlevingsangst van een kind voor zijn verzorgers.

Als ik een wens mocht doen? Als iedereen eens 1 dag mocht voelen wat je als kind in zo'n omgeving meemaakt. Niemand zou het dan nog langer kunnen waarmaken om niets te doen. Dan zou de reden om niets te doen, uit angst, misschien eindelijk overboord gezet kunnen worden. Die kinderen maken doodangsten mee. Sommige overleven het niet, anderen wel. Ik heb het overleefd. Ik heb die angst gevoeld. Ik kan je zeggen: mijn angst was groot als kind. Ik leef met de herinneringen aan die angst.
Als iedereen 1 dag die angst zou voelen, misschien begrijpen ze dan dat hun angst om ons te zien, nooit zo groot kan zijn als de onze ooit was, om het te ondergaan.

Martine