![]()
© 2010 NO KIDDING, Powered by Entix, Concept & Design by Watson & Lewis, Produced by PDI.
Voorlichtingsfilm ‘Het verziekte kind' geeft voorlichting over MbP van STOMbP, Stichting Overlevers Münchhausen by Proxy (MbP).
Naar schatting 10.000 kinderen in Nederland zijn jaarlijks slachtoffer van deze afschuwelijke vorm van kindermishandeling en er overlijden 5 kinderen per jaar aan MbP. STOMbP is een initiatief van Roos Boum en Nina Blom, beiden overlevers van MbP. STOMbP geeft voorlichting en lezingen met als doel eerder herkennen van MbP en om zo meer kinderen te redden. De stichting heeft dankzij steun van St. Kinderpostzegels en medesponsor NO KIDDING een voorlichtingsfilm gemaakt met de titel ‘Het verziekte kind'. Van de dvd zijn 500 exemplaren verstuurd aan hulpverlenende- en onderwijsinstellingen en in mei 2009 is de dvd officieel aangeboden aan minister Rouvoet van Jeugd&Gezin. Tegen kostprijs kunt u een dvd bestellen via de website. Van de opbrengst van de dvd komt een deel ten goede aan NO KIDDING. www.STOMbP.nl, info.STOMbP@gmail.com, Rekeningnummer: 53.24.830, KvK: 08189059
_______________________________________________________________________________________________
Nee, ik ben niet geslagen.
Nee, ik ben niet misbruikt.
Ik ging "slechts" dood.
'Mama gaat je wat spannends vertellen! Je bent ongeneeslijk ziek. Je gaat dood. Dood is dat je er niet meer bent, dan stoppen ze je in een kist en dan word je héél diep onder de grond begraven. Maar de dokters gaan je redden als je goed meewerkt, maar jij mag dit aan niemand vertellen.'
Ik zou niet ouder worden dan vier vertelde mijn moeder me keer op keer. Altijd was ik ziek. Lag ik op bed. Moest ik mee naar de dokter. Of naar het ziekenhuis, het pijnlijke bloed laten prikken, röntgenfoto's laten maken, nare onderzoeken ondergaan, plassen in een bekertje. Daarna kreeg ik weer allerlei pillen, drankjes, middeltjes.
Nu vulde de verpleegster een heleboel buisjes met mijn bloed. Zou ze wel ophouden? Straks was er helemaal geen bloed meer. Dan was ik leeg en ging ik dood en dan moest ik onder de grond. Ik was bang en huilde harder. Door mijn tranen keek ik naar mijn mama. Ze las nog steeds in het blad.
Dankzij de goede zorgen van mijn moeder werd ik toch nog vier jaar. Het was een wonder! Maar... hadden de dokters gezegd, zo vertelde mijn moeder, er was geen reden tot optimisme want ik zou waarschijnlijk de zeven niet halen.
Omdat ik zo zwak was, kon ik vaak niet naar school. Met schoolreisjes mocht ik niet mee en vriendinnetjes mochten niet bij me spelen. Dat was te vermoeiend. Ik had geen broertjes of zusjes. Als ik ziek was moest ik op mijn kamer blijven. Alleen. De hele dag. Zelfs mijn moeder zag ik niet. Pas als mijn vader thuis kwam mocht ik naar beneden. Soms hoorde ik mijn oma aan de deur staan. Ze vroeg naar mij. Maar ze mocht niet naar binnen.
...de deurbel. Mijn schoonmoeder!?
'Wat doet u nu hier?' vroeg ik.
'Ik kom op ziekenbezoek bij mijn kleinkind.
'Hoe haalt u het in uw hoofd om zo onaangekondigd op bezoek te komen? Had u niet even
kunnen bellen? Heeft u niets anders te doen? Het is ruim een uur met de bus!'
Hoe ver ze ook gereisd had, ik verdomde het om haar bij het kind laten.
Mijn moeder was volgens haar zeggen altijd achtergesteld bij haar zus. Zij was het ongewenste kind geweest. Haar vader en moeder hadden haar zus altijd voorgetrokken. Zelfs nu kreeg haar zus nog meer geld en aandacht. Mijn moeder was een verbitterde vrouw geworden en kon me geen liefde geven. Mijn oma leerde me wat liefde is.
'Wat wil mijn kleine hondje dan?'
'Waf, op schoot, oma!'
'Op schoot? En dan moet ik mijn kleine hondje zeker achter haar oortjes kriebelen?'
'Waf, ja oma, woef!' Het was het leukste spelletje dat we speelden, oma en ik. Ik lag
opgekruld op haar schoot en ze knuffelde me zo fijn. Ze streelde me over mijn koppie. Ze was warm en rook heerlijk naar zeep.
Mijn opa leerde me mijn eerste woordjes lezen en ik werd gek op lettertjes. Lezen werd mijn passie. In boeken las ik de "ellende" van anderen zonder het zelf te hoeven meebeleven. Boeken werden mijn vlucht uit de werkelijkheid. Als ik niet las, speelde ik halma met mezelf. Ik won altijd... Opa leerde me ook hoofdrekenen, "koppiedenken" noemde hij dat. Hij hielp me met de lesjes uit de schoolboekjes. Zo werd mijn achterstand op school beperkt. Mijn moeder leerde me engels. Al op vierjarige leeftijd sprak ik twee talen. Waarom? Dat vond ze interessant staan.
'Heb je je tong verloren? Geef iedereen eens een handje en zeg in het Engels dat je het fijn vindt ze te ontmoeten.'
'Nice to meet you, how do you do?' zei ik braaf.
De dames waren verbaasd.
'Tjonge, bijzonder hoor. Hoe je erbij komt om zoiets te doen!'
'Mijn complimenten,' zei een andere dame.
Als ik weer eens op school kwam vonden de kinderen me raar. Ik was de oudste van de klas, maar tegelijkertijd de kleinste. Een wit mager muisje. Ik had niet veel vriendinnetjes. Trok me terug. Ik wist niet zo goed hoe ik met andere kinderen moest spelen. Constant hoorde ik in mijn gedachten mijn moeder; "Je mag jezelf niet te moe maken anders ben je weer dagen ziek en ga je dood." De juf lette er ook goed op dat ik me niet teveel vermoeide. Ik was slim en pikte dingen snel op, dus de gemiste lessen in de klas waren niet zo erg. De gemiste zwemlessen wel.
..de badjuf was de les erna niet zo aardig tegen mij: 'Jij moet voortaan op het zwemkrukje blijven oefenen. Je moeder is zó bang dat je verkouden wordt wanneer je in het water zwemt, dat we er maar voor moeten zorgen dat jij droog blijft, hè?' De andere kinderen lachten om haar opmerking.
In de tweede klas lagere school was ik nog steeds niet dood. Beheerste doodgaan mijn leven? Ik weet het niet meer. Wel het ziekzijn. Op een dag kwam mijn moeder met een fijn bericht. Wat waren we blij. We? Doktoren hadden gelukkig net een nieuwe ziekte ontdekt waaraan ook ik leed: Een afweerstoffentekort waardoor je vatbaar bent voor álles en je lichaam het vroeg opgeeft.
'Het is een wonder dat ze de acht heeft gehaald. Dit komt door mijn goede zorgen. Het is een vreselijke last om mee te moeten leven, weet u. De onzekerheid is afschuwelijk. De professoren hebben de ziekte pas zeer recent een naam kunnen geven:
hypogammaglobulinemie. Het behandelen ervan staat nog in de kinderschoenen. Bij ons dochtertje is net ontdekt dat ze daaraan lijdt. Heeft uw ziekenhuis al een zuurstoftent waar zo'n kind in moet verblijven?'
Ik heb gelukkig nooit in zo'n enge zuurstoftent met armen eraan gehoeven.
We verhuisden weer. Weer nieuwe dokters, weer alle onderzoeken overnieuw. Ik was al honderden keren onderzocht. Waarom weer al die pijnlijke prikken? Ik was doodsbang. Ergens op mijn twaalfde kreeg mijn moeder ruzie met een kinderspecialist. Ik hoefde daarna minder vaak ziek te zijn. Alhoewel mijn moeder me nog regelmatig liet onderzoeken.
Ik kon een kreet van pijn niet onderdrukken toen de arts iets kouds van ijzer inbracht. Het voelde alsof hij het draaide en het leek groter te worden. 'Mam?' Ik snikte haast en keek haar aan.
'Stel je niet zo aan, je bent nu een grote meid. De eerste keer is wat ongemakkelijk. Later moet je ieder paar jaar een inwendig onderzoek bij de dokter laten doen. Alle vrouwen doen dat hoor.' Schaamte, woede, pijn. Tranen gleden stil langs mijn slapen mijn haar in. Ik probeerde opnieuw de werkelijke wereld buiten te sluiten, ik wilde er niet zijn, ik wilde dit niet meemaken, maar het lukte me niet meer. Waarom deed ze dit? Was dit omdat ze dacht dat ik had gevreeën? Ik was pas twaalf! Ik haatte haar. Ik voelde me verkracht... door mijn eigen moeder.
Mensen begrepen niet waarom ik zo'n opstandige tiener werd, waarom ik niet wilde leren. Wat had het voor zin? Ik werd toch niet oud. Ik zou geen veertien worden en daarna werden er een poos geen leeftijden meer genoemd, maar het jong overlijden hing als het zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Waarvoor zou ik leren? Ik had toch geen toekomst. Ik heb vaak bij de spoorwegovergang gestaan. Het leek zo verleidelijk. Maar met wie kon ik al deze geheimen delen? Ik mocht er niet over spreken van mijn moeder. Haar eeuwige emotionele chantage zorgde daar wel voor.
Verblind door woede en het onrecht dat ze me aandeed, sloeg ik terug. In haar gezicht. Wat voelde dat goed. En nog een keer en nog een keer sloeg ik. Ze was te verbijsterd om iets te doen. Als in slow motion zag ik hoe ze de armen in afweer voor haar gezicht kruiste. Haar ogen werden groot van ontzetting en ze sperde haar mond open om te schreeuwen, maar er kwam geen geluid uit. Ik zag de pukkel op haar kin. Drie haartjes staken eruit. Gek, wat je opmerkt op zo'n moment. Ik bleef slaan en stompte haar waar ik kon. Overal troffen mijn vuisten haar dikke sponzige lijf. Hoe lang was het geleden dat ik haar had aangeraakt? Ik stopte toen ze door een stoot in haar buik tegen mijn boekenrek viel en op de grond zakte. Wat pockets uit het rek vielen over haar heen. Langzaam stond ze op. We stonden hijgend tegenover elkaar. Haar grote boezem deinde op en neer. Ze streek in een automatisch gebaar haar rok glad. Onder geen beding kreukels in haar rok. Dat kon niet. Haar gezicht was ook weer normaal. Dezelfde koude ogen als altijd. Dezelfde arrogante blik.
'Ik haat je! Ik HAAT je! IK HAAT JE!' gilde ik. En op dit moment wist ik dat ik het meende en dat het nooit meer goed zou komen.
Maar je moet verder met je ouders. Mijn havo heb ik niet afgemaakt. Mijn opleidingen erna waren hopeloos. De uitzendbaantjes die ik aannam waren volgens mijn moeder voor volksmensen en te min voor ons gezin. Ik was dus inderdaad de mislukkeling waarvan mijn moeder mij altijd doordrongen had. Gelukkig zorgde zij dat ik een baan als ambtenaar kreeg en mijn ouders regelden een huis voor me. Mijn moeder liet me op allerlei manieren weten dat ik dankbaar hoorde te zijn. Tuurlijk, ze kon me alles vragen wat ze wilde, ik deed braaf wat ze zei. Zo niet, dan huilde ze dat ik niet van haar hield, als het zo moest ging ze liever dood. Een ding was opvallend prettig, zodra ik thuis weg was, was ik niet meer ziek. Ik voelde me kerngezond. Mijn moeder daarentegen kreeg steeds meer klachten. Mijn tante kreeg volgens haar ook steeds meer kwalen en samen liepen ze van dokter naar dokter, van onderzoek naar onderzoek.
Ineens stuitte ik op een aankondiging van een documentaire die mijn hart deed overslaan. Mijn maag trok samen in een knoop. Ik werd misselijk. Het was verschrikkelijk en verbijsterend. 'Sjezus,' zei ik en sloeg mijn hand van schrik voor mijn mond. Zoveel dingen in het kleine stukje herkende ik! Mijn hele leven flitste aan me voorbij. Ineens begreep ik waarom ik niet op die manier met mijn moeder om kon gaan zoals andere vrouwen met hun moeders. Na vierendertig jaar vielen honderden puzzelstukjes met een grote klap op hun plaats. 'Wat is er?' vroeg Staart. 'Even wachten,' zei ik met een dichte keel.Ik las die ene zin opnieuw.
"Het syndroom wordt meestal ontdekt wanneer het kind geneest zodra de moeder geen invloed meer kan uitoefenen."
Ik was ook nooit ziek sinds ik het huis uit was. Nog een keer las ik de alinea.
"... documentaire toont vreselijke beelden van met de verborgen camera gemaakte opnames van ouders die hun kinderen verstikken of een armpje breken. Moeders die hun kinderen met voorbedachte rade ziek maken of letsel toebrengen, om zo zelf aandacht te krijgen van het medisch personeel. Münchhausen by proxy is een afschuwelijke vorm van kindermishandeling."
Maakte mijn moeder mij vroeger expres ziek? Het zou toch niet waar zijn? Mijn hand trilde toen ik het aan Staart gaf; 'Dit heeft ma!'
En zo kwam ik erachter dat mijn moeder een ziekte voor mij heeft bedacht. Ze heeft al die tijd gelogen en artsen om de tuin geleid. Mijn medische dossier heeft uitgewezen dat ik nooit ongeneeslijk ziek ben geweest. Ik was niet ten dode opgeschreven. Ik zou toch ouder worden dan 40, eindelijk kon ik echt gaan leven...
Mijn nieuwe leven ben ik, Roos Boum, begonnen met het schrijven van het boek "Valse salie, Kroniek van een verscheurde jeugd".
Ik heb mij ten doel gesteld deze akelige vorm van kindermishandeling meer onder de aandacht te brengen. Het komt zoveel vaker voor dan wij beseffen...
Meer info over het syndroom en mijn boek: www.roosboum.nl